Noodzakelijke versoepeling en verduidelijking: Het nieuwe Vrijstellingenbesluit vanaf 1 maart 2026
Vanaf 1 maart 2026 vereenvoudigt de Vlaamse overheid de bouwregels ingrijpend door de klassieke meldingsplicht grotendeels af te schaffen en meer vrijheid te geven voor interne renovaties en gevelwerken. Burgers en professionals krijgen aanzienlijk meer ruimte voor klimaatvriendelijke ingrepen zoals wadi’s en grotere schuilhokken voor een verbeterd dierenwelzijn. Deze herziening vermindert de administratieve lasten aanzienlijk, terwijl de focus op een kwalitatieve leefomgeving en slim waterbeheer gewaarborgd blijft.

1. De ‘melding’ verdwijnt: Interne stabiliteitswerken voortaan volledig vrijgesteld
De belangrijkste administratieve vernieuwing is de heroriëntatie van het instrument ‘melding’, dat zijn meerwaarde grotendeels had verloren door de zware dossiervereisten. Voortaan worden alle binnenverbouwingen volledig vrijgesteld van vergunning, zelfs als er stabiliteitswerken aan te pas komen. Deze verschuiving betekent dat u voor structurele wijzigingen binnenshuis geen voorafgaande toestemming of aktename meer nodig heeft, mits de functie van het gebouw en het aantal woongelegenheden gelijk blijven.
2. Voorgevels volledig vrijgesteld voor renovatie en energetische isolatie
Waar voorheen enkel zij- en achtergevels van bepaalde vrijstellingen genoten, wordt de voorgevel vanaf 1 maart 2026 volledig gelijkgeschakeld in de regelgeving. Handelingen aan alle gevels zonder volumewijziging zijn nu vrijgesteld, wat essentieel is voor de versnelling van de Vlaamse renovatiestrategie. Specifiek voor isolatieprojecten is bepaald dat het aanbrengen van buitenisolatie tot 26 centimeter vrijgesteld is, waarbij nu expliciet vaststaat dat de volledige gebruikelijke afwerking (zoals crepi of steenstrips) hierin is begrepen.
3. Innovatie in de tuin: De wadi krijgt een officieel vergunningsvrij statuut
Om de strijd tegen droogte en wateroverlast te ondersteunen, introduceert het besluit een nieuwe vrijstelling voor de aanleg van bovengrondse infiltratievoorzieningen, zoals wadi’s. Deze voorzieningen laten hemelwater op natuurlijke wijze in de bodem infiltreren en zijn voortaan vrijgesteld van vergunning. De voorwaarden zijn strikt maar logisch: de diepte van de reliëfwijziging moet op elk punt kleiner zijn dan 70 centimeter om te voorkomen dat zwemvijvers zich als wadi zouden voordoen.
4. Dierenwelzijn centraal: Grotere schuilhokken tot 80 m² voor iedereen
Zowel voor professionele landbouwers als particuliere eigenaars van weidedieren wordt de vrijstelling voor schuilhokken fors uitgebreid. De maximale oppervlakte per groep percelen wordt verdubbeld van 40 m² naar 80 m², met een maximale hoogte van drie meter. Om verrommeling van het landschap tegen te gaan, is hieraan de voorwaarde gekoppeld dat het hok verwijderd moet worden als er gedurende vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren meer worden gehouden.
5. Noodzakelijke verduidelijking: Balans tussen vrijheid en bescherming
Naast deze versoepelingen brengt het besluit ook strengere regels waar dat nodig is om de goede ruimtelijke ordening te bewaken. Zo is de vrijstelling voor het ophogen van terreinen beperkt tot een totaal van slechts 5 m³ (voorheen 30 m³) om wateroverlast bij naburige percelen te voorkomen. Tevens blijven de vrijstellingen voor gevelwerken en isolatie buiten toepassing voor beschermd erfgoed of gebouwen in UNESCO-werelderfgoedzones, waardoor onze historische kernen gevrijwaard blijven van ondoordachte ingrepen.
6. Opgepast: Vrijheid is geen absolute blijheid
Dit overzicht biedt een algemene analyse van het nieuwe Vrijstellingenbesluit. Een stedenbouwkundige vrijstelling betekent echter niet dat handelingen onvoorwaardelijk mogen worden uitgevoerd, want diverse beperkingen blijven essentieel.
Zo moet voor elke vrijstelling strikt worden voldaan aan de specifieke toepassingsvoorwaarden in het besluit, waaronder maximale oppervlaktes, hoogtes en volumes.
Daarnaast gelden vrijstellingen voor onder meer gevelisolatie, gevelwijzigingen en zonnepanelen uitdrukkelijk niet voor gebouwen die zijn opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed of zich bevinden in UNESCO-werelderfgoedzones. Ook in vastgestelde archeologische zones vervalt de vrijstelling voor diverse handelingen, zoals drainage, wateropslag of pocketvergisters. Verder kunnen algemene Vlaamse vrijstellingen worden beperkt door strengere lokale voorschriften, aangezien een RUP, BPA, verkavelingsvergunning of gemeentelijke bouwverordening altijd voorrang heeft op de algemene regels.
Tot slot blijven in ruimtelijk kwetsbare gebieden of het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) specifieke beperkingen van kracht. Het blijft de verantwoordelijkheid van de bouwheer om vóór de start van de werken de exacte voorschriften op perceelniveau te verifiëren bij de bevoegde gemeentelijke dienst omgeving.
Dit neemt echter niet weg dat deze wijzigingen een verbetering zijn en dienen te worden toegejuicht.
Auteur:
Mr. Jens Joossens
Jurisens Advocaten
Zit je met een stedenbouwkundig vraagstuk?
Neem contact op met Jurisens.be voor deskundig advies.