Vereenvoudiging met scherpe randjes: het nieuwe Vlaamse vergunningsregime
Sinds 1 maart 2026 geldt in Vlaanderen een nieuw vergunningsregime. De Vlaamse Regering keurde op 6 februari 2026 drie besluiten definitief goed: een gewijzigd Vrijstellingenbesluit, een herijkt Meldingsbesluit en een nieuw Besluit Limitatieve Lijst van gemeentelijke vergunningsplichten.
Wie de drie teksten naast elkaar legt, merkt dat de hervorming meer doet dan vereenvoudigen. Sommige handelingen schuiven van vergunning naar vrijstelling. Andere doen de omgekeerde reis. En voor lokale besturen begint een conformiteitsklok te lopen die op 6 februari 2028 afloopt.

Wat eenvoudiger wordt
Voor wie zijn woning wil renoveren, brengt de hervorming reële winst. Binnenverbouwingen vergen voortaan geen vergunning meer, ook niet wanneer er stabiliteitswerken bij komen kijken. Tot 1 maart 2026 lag die grens nog wel: zodra een draagmuur werd geraakt, ging het dossier naar een vergunning. Die voorwaarde valt nu weg.
Hetzelfde geldt voor werken aan gevels en daken die het bouwvolume niet wijzigen en de energieprestatie niet verslechteren. De vrijstelling geldt nu aan alle gevels, ook de voorgevel. Dat is een gevoelige verbreding tegenover het oude regime, dat enkel zij- en achtergevels en daken viseerde.
De isolatievrijstelling tot 26 centimeter bestond al, maar wordt opener. Voortaan komen ook gebouwen op de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed in aanmerking, mits ze niet beschermd zijn en mits de overige voorwaarden vervuld zijn.
Warmtepompen, airco’s, zonnepanelen en zonneboilers vallen ruimer onder de vrijstelling. Voor warmtepompen en airco’s geldt de uitzondering nu ook aan de voorgevel en op een plat dak. Voor stekkerzonnepanelen is geen vergunning meer nodig.
Een eerder kleine, maar betekenisvolle wijziging: voor schuilhokken voor weidedieren stijgt de toegelaten oppervlakte van veertig naar tachtig vierkante meter. De motivering ligt bij de dierenwelzijnsregelgeving.
De aanbouwveranda
Niet alles wat verschuift, is winst. Het bekendste voorbeeld is de aanbouwveranda. Tot 1 maart 2026 volstond een melding. Sindsdien valt het bijgebouw dat aan een hoofdgebouw is aangebouwd terug onder de volle vergunningsplicht. Architect, dossier, eventueel openbaar onderzoek, doorlooptijd: alles wat een melding net moest vermijden.
Wie zijn aanvraag in januari nog op de oude leest voorbereidde, kan in maart bij het loket de deur tegen krijgen. De werf staat stil; de ergernis volgt vanzelf.
Kwetsbaar gebied: opgelet
Dat de meldingsplicht verdampt, is overigens een feit. Het Meldingsbesluit kent na de hervorming nog slechts twee handelingen: tijdelijke opvang van asielzoekers in woningen, en tijdelijke collectieve opvang in verplaatsbare units. De meldingsprocedure is, met andere woorden, voorbehouden aan handelingen met een tijdelijk karakter.
Wie in ruimtelijk kwetsbaar gebied wil bouwen, mag zich evenwel niet rijk rekenen. Artikel 1.4 van het Vrijstellingenbesluit sluit de meeste vrijstellingen in die gebieden uit. Het gevolg is niet dat een melding volstaat, maar dat men terugvalt op de gewone vergunningsplicht. De vuistregel “deze handeling is vrijgesteld” houdt geen stand in agrarisch, bosgebied of natuurgebied. Een gebiedsspecifieke check blijft de norm.
De gemeente, ingesnoerd
De verst reikende wijziging zit niet in de vrijstellingen, maar in wat de gemeente nog mag. Een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan voortaan alleen een vergunningsplicht invoeren voor handelingen die op de limitatieve, gesloten lijst van de Vlaamse Regering staan.
Die lijst is kort. In de eerste plaats het vellen van bomen, met fijne criteria: dikke bomen met een stamomtrek van meer dan één meter op minder dan vijftien meter van een woning of gebouw, dunne bomen met een omtrek tussen vijftig centimeter en één meter op meer dan vijftien meter, en dunne bomen op minder dan vijftien meter. Andere drempelwaarden mag de gemeente niet hanteren.
Daarnaast het vellen of rooien van houtige beplantingen met erfgoedwaarde, en handelingen aan beschermd onroerend erfgoed of aan onroerend erfgoed met architectonische, stedenbouwkundige, esthetische, culturele, historische of wetenschappelijke waarde.
Een verordening kan een vergunningsplicht niet langer vervangen door een meldingsplicht of vrijstelling. Voor de categorie waardevol erfgoed geldt bovendien dat de verordening het betrokken gebied uitdrukkelijk moet afbakenen — per gebied, per straatwand of per kadastraal perceel. Gemeentewijde toepassing is uitgesloten.
De klok tot 6 februari 2028
Gemeentelijke en provinciale verordeningen die buiten de limitatieve lijst gaan, moeten aangepast zijn voor 6 februari 2028. Wat tegen die datum niet hersteld is, wordt van rechtswege opgeheven. Twee jaar lijkt veel. Wie de Vlaamse besluitvormingsritmes kent — adviestermijnen, openbaar onderzoek, gemeenteraad — weet beter.
Tussen vandaag en die datum zijn de bestaande verordeningen niet ineens dode letter. Maar de gewijzigde Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, via het Verzameldecreet Omgeving 2024, staat reeds in de weg van verordeningsbepalingen die buiten de limitatieve lijst vallen. Een beslissing die op zo’n bepaling steunt, riskeert bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen te sneuvelen op grond van de exceptie van onwettigheid (artikel 159 van de Grondwet). De automatische opheffing in 2028 vervangt die toetsing niet; ze maakt ze enkel nadien overbodig.
Voor beschermd erfgoed verschuift bovendien de toelating die vandaag bij Onroerend Erfgoed of bij de erfgoedgemeente ligt, naar de omgevingsvergunning. Dat raakt zowel de bouwheer als de gemeentelijke vergunningsbeoordeling.
Wat lokale besturen nu best doen
Drie stappen dringen zich op. Eerst een grondige inventaris van de eigen verordeningen, met identificatie van wat buiten de limitatieve lijst valt. Vervolgens een politiek-juridische afweging of die bepalingen kunnen verdwijnen, dan wel langs een andere weg — bijvoorbeeld via een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan — moeten worden hertaald. Ten slotte het tijdig opstarten van de herzieningsprocedure, met respect voor adviestermijnen en openbaar onderzoek.
Wie deze klok onderschat, dreigt op 7 februari 2028 wakker te worden met een verordening die op essentiële punten van rechtswege is uitgehold.
Jurisens helpt
Bent u bouwheer en wenst u zekerheid over het procedurele spoor van uw project? Bent u lokaal bestuur en moet uw verordening de conformiteitstest van 6 februari 2028 doorstaan? Werd uw dossier sinds 1 maart 2026 anders gekwalificeerd dan u verwachtte?
Bij Jurisens analyseren we uw concrete situatie. We toetsen of uw project vandaag onder vrijstelling, melding of vergunning valt, brengen de gevolgen van de verschoven kwalificaties in kaart, en begeleiden lokale besturen bij de herziening van hun verordeningen. Neem contact op voor een analyse op maat.
Zit je met een stedenbouwkundig vraagstuk?
Neem contact op met Jurisens.be voor deskundig advies.